U bent hier:

Voorzetwand isolatie

Een bestaande buitenmuur is vrij eenvoudig te voorzien van een isolerende voorzetwand. Hierbij plaatst u een extra wand met isolatiemateriaal voor de bestaande buitenmuur. U levert hierdoor wat binnenruimte in, maar krijgt er veel comfort voor terug.

Een buitenmuur zonder isolatie verliest veel warmte en maakt de ruimte minder comfortabel. Vooral oudere woningen of aangebouwde ruimtes zoals garages zijn niet altijd voorzien van een isolerende (spouw)muur. U zult hierdoor in de winter meer moeten stoken om het aangenaam warm te krijgen. In de zomer zult u vaak zien dat de temperatuur snel oploopt.

Gelukkig kunt u hier zelf wat aan doen. Een bestaande buitenmuur is namelijk vrij eenvoudig te voorzien van een isolerende voorzetwand. Hierbij plaatst u een extra wand met isolatiemateriaal voor de bestaande buitenmuur. U levert hierdoor wat binnenruimte in, maar krijgt er veel comfort voor terug. Een ander voordeel; met een voorzetwand kunt u direct eventuele oneffenheden of leidingen wegwerken.

Voor- en nadelen van voorzetwand-isolatie
+ Minder stookkosten
+ Aangenamere leefruimte
+ Vrij eenvoudig te realiseren
- U levert wat binnenruimte in

Isolatiematerialen voor een voorzetwand

Een voorzetwand is te maken met verschillende isolatiematerialen. De meest gebruikte materialen zijn steenwol, glaswol, minerale wol (MW35) en PIR. De verschillende soorten isolatiewol isoleren wat beter tegen geluid, maar nemen iets meer ruimte in beslag. Met PIR-platen kunt u dunner isoleren, waardoor u meer binnenruimte overhoudt.

De laagdikte en gewenste isolatiewaarde
Wat betreft de dikte; met steenwol, glaswol of minerale wol moet u een laag van minimaal 50 mm isolatiemateriaal aanbrengen om te voldoen aan de bouwbesluit-eis (Rc-waarde 1,3) voor gevels. Bij PIR kan dit dunner, een plaat van 30 mm is hier al voldoende. Wilt u het goed doen, dan kiest u voor een dikkere (beter isolerende) laagdikte. Hoe dik u isoleert, is afhankelijk van uw eigen wensen en de beschikbare ruimte.

Ter vergelijking; bij nieuwbouw geldt een Rc-waarde van 4,5 als richtlijn, dit bereikt u pas met een laagdikte van ca. 140-170 mm (glas-/steenwol) of 100 mm PIR. Bij bestaande bouw hoeft u niet aan deze eis te voldoen en kunt u volstaan met een dunner materiaal.

Tip; wij verkopen PIR-platen met een 2-zijdige aluminium laag. Deze laag werkt als dampremmer, waarmee u vochtproblemen kunt voorkomen. Met deze platen is een extra dampremmende folie dus niet nodig. Ditzelfde geldt voor onze verlijmde PIR-platen met gips, fermacell, underlayment of OSB.

Plaatsen van een voorzetwand met glas- of steenwol

Bij glas- of steenwol zult u eerst een raamwerk van hout of metaal moeten maken. Deze plaatst u tegen de buitenwand. Laat hierbij een kleine ruimte (ca. 1-2 cm) vrij tussen de muur en het raamwerk, deze ruimte kan dienst doen als ventilerende luchtspouw. Wel zult u een aantal stootvoegen moeten vrijmaken (plaats een bijenbekje) om luchtstroom van buiten op gang te krijgen.

U doet er verstandig aan om een damp-open folie tussen het raamwerk en de muur te plaatsen. Deze folie houdt doorslaand vocht van buitenaf tegen, maar geeft condensatie wel de mogelijkheid naar buiten toe te verdampen.

Het isolatiemateriaal plaatst u vervolgens tussen uw raamwerk. Snijd alles goed op maat, zodat de hoeken en kieren goed worden opgevuld met isolatiemateriaal. Als laatste brengt u een laag dampremmende folie aan. Plak de naden hier goed af. Deze folie voorkomt vochtproblemen, condensatie van binnenuit kan hierdoor niet meer in het isolatiemateriaal trekken.

Werk de voorzetwand nu af met een plaatmateriaal naar keuze.

Plaatsen van een voorzetwand met PIR-platen

Een voorzetwand met PIR-platen is snel en eenvoudig te realiseren. Omdat PIR bestaat uit een stevige hardschuim plaat, kunt u ze namelijk rechtstreeks tegen een rachelwerk bevestigen.

Gebruik speciale ventilatielatten voor het rachelwerk, deze latten zijn geïmpregneerd en voorzien van een inkeping om de luchtstroom achter het isolatiemateriaal te bevorderen. Maak vooraf een aantal stootvoegen in de gevel vrij (plaats wel een bijenbekje) om luchtstroom van buiten op gang te krijgen.

De PIR-platen kunt u vervolgens tegen het rachelwerk bevestigen. U kunt ze lijmen, schroeven of een combinatie van beiden. Breng tussen de platen een ril flexibele purschuim aan en plak achteraf de naden aan de voorzijde af met aluminiumtape. Als de gehele wand staat, vult u ook de kier aan de boven-, onder-, en zijkant met een ril purschuim. Zo vormt de voorzetwand een luchtdicht en goed isolerend geheel. Een dampremmende folie is hier niet nodig, mits de gebruikte PIR-platen zijn voorzien van een dampremmende aluminium-cachering.

Werk de voorzetwand nu af met een plaatmateriaal naar keuze. Deze laatste stap kunt u natuurlijk overslaan als u onze speciaal verlijmde PIR + gips, fermacell, underlayment of OSB hebt gebruikt.

Heeft u vragen over de isolatiematerialen of het plaatsen van een voorzetwand? Neem dan gerust contact met ons op voor een persoonlijk advies.